‘We maken echt verschil’

Teun van Zwolle, uit Zwolle, is relatiebeheerder vermogensfondsen bij Dorcas. ‘Vermogensfondsen zijn organisaties die geld beheren om dat uiteindelijk te besteden aan goede doelen’.
Teun onderhoudt contact met fondsen om samen te onderzoeken of zij betrokken willen zijn bij de projecten van Dorcas. Besluiten zij Dorcas financieel te ondersteunen, dan zorgt Teun samen met zijn collega’s voor een projectvoorstel en houdt hij de fondsen op de hoogte van de voortgang. De Zwollenaar raakte geïnspireerd om bij Dorcas te gaan werken na een reis naar Zuid-Afrika. Zijn broer kende een gezin dat kinderen opving in een sloppenwijk. Zij konden wel wat hulp gebruiken bij de bouw van een opvanghuis. Daarnaast zette het gezin zich maatschappelijk in door trainingen te geven en voedselpakketten uit te delen.
Teun vertelt: ‘Op een gegeven moment brachten we een voedselpakket naar een man die was beroofd en met een mes was gestoken. Dat maakte diepe indruk op mij.’ De Zwollenaar wist dat hij zich wilde blijven inzetten voor mensen in nood. Terug in Nederland besloot hij daarom van baan te wisselen, zodat hij meer maatschappelijke impact kon maken.
Een goede voorbereiding is het halve werk
Vermogensfondsen verschillen sterk van elkaar. Daardoor lopen ook hun vragen, interesses en wensen uiteen. Een goede voorbereiding kost daarom veel tijd. ‘Ik moet goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen binnen ons werk’, vertelt Teun. ‘Ook moet ik kunnen uitleggen waarom we doen wat we doen en waarom we juist actief zijn in de landen waar we werken.’ Verder is het belangrijk om, naast de cijfers en feiten, persoonlijke verhalen te kunnen delen. ‘Bestuursleden vragen regelmatig naar concrete voorbeelden en de mensen in onze projecten. Een persoonlijk verhaal brengt een project echt tot leven.’
Mensen hoop geven
Teun: ‘Ik ben me er goed van bewust dat we het goed hebben hier en we in een land leven waar vrede is. Voor de oorlog tussen Rusland en Oekraïne begon, was ik betrokken bij een Dorcas-project in Zaporizja. Ik heb foto’s gezien van de kinderen daar op school. Nu staan er zandzakken voor de ramen en is het dorp bezet. Het lot van die kinderen raakt me erg: zijn ze gevlucht, zijn ze nog in leven?’
‘Wij kunnen oorlogen niet de wereld uit helpen, of zorgen dat er helemaal geen armoede meer is. Maar we kunnen wel iets doen. Onze projecten geven mensen in nood weer hoop. Ik heb dat zelf mogen zien tijdens reizen naar onze projectlanden. We maken echt verschil.’

